
Als het goed is lees je deze tekst nu in je browser. Open nu een tweede
exemplaar van je browser via Bestand: Nieuw: Venster. Open nu ook
het Windows-kladblok Het kladblok vind je in het Start-menu onder
Programma's:
Bureau-Accessoires. Met het kladblok ga je een html-pagina maken,
die je met je tweede browservenster steeds zal bekijken. Via de Taakbalk
of met Alt+Tab kan je nu tussen de drie applicaties wisselen.
Als het goed is kan je nu schakelen tussen deze tekst, het kladblok
en je tweede browservenster. Het vereist misschien wat proberen, maar je
zult zien dat dit een handige methode is om gelijktijdig te leren en proberen.
Opdracht 1:
In het kladblok kan je nu de voorbeelden overnemen en opslaan op een floppy. Met je tweede browservenster kan je via Bestand: Openen.. het opgeslagen bestand opvragen. Als je hierna het bestand nu in het kladblok wijzigt en opslaat, hoef je in de browser alleen nog maar op Vernieuwen te drukken.
Voordat je nu verder gaat maak je op je floppy of op de harde schijf een speciale map aan waar je html-pagina's en bijbehorende plaatjes opgeslagen worden. Vanaf nu worden daarin alle bestanden van je webpagina opgeslagen.
Laten we maar in het diepe springen en beginnen.
| <HTML>
<HEAD> <TITLE>Mijn eerste welkomstpagina</TITLE> </HEAD> <BODY> </BODY> </HTML> |
In het voorbeeld zie je een aantal Engelse instructies. Deze instructies
staan tussen punthaken, zodat ze onderscheiden kunnen worden van de tekst.
Instructies hoeven niet met hoofdletters te worden geschreven, maar het
is overzichtelijker om dat wel te doen. In dit voorbeeld worden alle instructies
aan- en afgekondigd. Dus eerst <TITLE> en later </TITLE>.
Dat maakt alles erg overzichtelijk. Sommige instructies hebben deze insluiting
niet nodig, maar dat blijkt later.
Deze instructies worden tags genoemd.
De pagina is geschreven in HTML, van begin tot eind. Dan volgt de inleiding (head) met daarin de titel gevolgd door een nu nog blanco inhoud (body). Wat tussen de BODY-tags komt te staan wordt zichtbaar op je Internetpagina. Het maakt niet uit of instructies op een aparte regel staan. Houd daarbij aan wat het meest overzichtelijk is.
In de inleiding (head) staat nu een titel. Hier kan je nog meer informatie over de pagina plaatsen. Maar voorlopig laten we het bij een titel.
Nu zullen we wat tekst op de pagina gaan zetten. Het resultaat zien
we hieronder. Er staan twee alinea's tekst. De alinea's worden van elkaar
gescheiden met de P (van paragraph) instructie. De browser
gaat pas naar een nieuwe regel bij een nieuwe paragraaf, niet als de tekst
op een nieuwe regel begint. Om dat de tweede zin op een nieuwe regel begon
zonder nieuwe alinea komt deze gewoon achter de eerste zin. Nu valt op
dat er eigenlijk een extra spatie bij had gemoeten.
Voor kleinere ruimtes tussen de nieuwe regels kan je de <BR>-tag
gebruiken (heeft geen afsluitende tag).
| <HTML>
<HEAD> <TITLE>Mijn eerste welkomstpagina</TITLE> </HEAD> <BODY> <P>Deze tekst komt eerst. Deze regel komt er gewoon achter...</P> <P>En dit begint op een nieuwe regel.</P> Om kleinere ruimtes tussen de regels te krijgen doen we het nu anders.<BR> Kijk maar wat het effect hiervan is. </BODY> </HTML> |
Opdracht 2:
| Deze tekst komt eerst.Deze regel komt er gewoon achter...
En dit begint op een nieuwe regel. Om kleinere ruimtes tussen de regels te krijgen doen we het nu anders.
|
Om de tekst te verfraaien kan je woorden en zinnen vet, cursief en onderstreept
laten zien. De uitwerking is te zien in het voorbeeld hieronder. Merk op
dat dit voorbeeld slechts een fragment is; het zou in een complete pagina
staan tussen de BODY-tags
| <P>Het kan <B>vetgedrukt</B>,
of liever <I>cursief</I>.</P> <P>Maar ook <U>onderstreept</U> is mogelijk.</P> <CENTER>Of in het midden!</CENTER></P> |
Opdracht 3:
| Het kan vetgedrukt,of liever cursief.
Maar ook onderstreept is mogelijk. Of in het midden! |
Om kopjes boven een paragraaf te maken verdient het de voorkeur om een
echt kopje te gebruiken in plaats van normale gecentreerde tekst. Dat komt
op andere browsers dan Netscape wat mooier uit; niet alle browsers ondersteunen
het centreren. Kopjes kunnen overigens ook op dezelfde manier gecentreerd
worden en zijn leverbaar in verschillende groottes: van formaat 1 tot 6.
Een kopje staat tussen <H1> en </H1> en het cijfer
verschilt naargelang de grootte van het kopje; 1 is het grootst, 6 het
kleinst.
| <H1>kopgrootte 1</H1>
<H2>kopgrootte 2</H2> <H3>kopgrootte 3</H3> <H4>kopgrootte 4</H4> <H5>kopgrootte 5</H5> <H6>kopgrootte 6</H6> |
Opdracht 4:
kopgrootte 1kopgrootte 2kopgrootte 3kopgrootte 4kopgrootte 5kopgrootte 6 |
Een egaal gekleurde achtergrond maak je door de <BODY> instructie
aan te vullen tot <BODY BGCOLOR="#FFFFFF">. De code "#FFFFFF"
is een hexadecimale kleurwaarde. Het hekje geeft aan dat er een kleurwaarde
komt, en de eerste, tweede en derde twee cijfers staan voor respectievelijke
de rode, groene en blauwe component van de kleur (dus van 00 t/m FF ofwel
van 0 t/m 255. Zie boek hoofdstuk 2). Deze basiskleuren zijn samen te mengen
tot allerlei andere kleuren. Natuurlijk hoeft deze kleurwaarde niet berekend
te worden. Hiervoor zijn allerlei handige programma's zoals de ColorWizard.
Je kunt je het best beperken tot de volgende 16 basiskleuren:
| kleurcode | kleur | engels | voorbeeld |
| FF0000 | Rood | Red | ABCDEabcde12345 |
| 800000 | Donkerrood | Maroon | ABCDEabcde12345 |
| FFFF00 | Geel | Yellow | ABCDEabcde12345 |
| 808000 | OlijfGroen | Olive | ABCDEabcde12345 |
| 00FF00 | Lichtgroen | Lime | ABCDEabcde12345 |
| 008000 | Groen | Green | ABCDEabcde12345 |
| 00FFFF | Lichtblauw | Aqua | ABCDEabcde12345 |
| 008080 | Blauwgroen | Teal | ABCDEabcde12345 |
| 0000FF | Blauw | Blue | ABCDEabcde12345 |
| 000080 | Donkerblauw | Navy | ABCDEabcde12345 |
| FF00FF | Lichtpaars | Fuchsia | ABCDEabcde12345 |
| 800080 | Paars | Purple | ABCDEabcde12345 |
| FFFFFF | Wit | White | ABCDEabcde12345 |
| C0C0C0 | Lichtgrijs | Silver | ABCDEabcde12345 |
| 808080 | Grijs | Gray | ABCDEabcde12345 |
| 000000 | Zwart | Black | ABCDEabcde12345 |
Behangen van de achtergrond doe je met <BODY BACKGROUND="backgrnd.gif">, waarbij backgrnd.gif een plaatje is. Dat plaatje moet er dus wel al zijn. Als het plaatje kleiner is dan het scherm wordt het automatisch net zo vaak herhaald tot het scherm vol is, vandaar het 'behangen'.
Opdracht 5:
| Eerst met rondjes:
<UL> <LI> Eerste onderwerp</LI> <LI> Tweede onderwerp</LI> </UL> En nu met nummers: <OL> <LI>En dat is 1</LI> <LI>En dat is 2</LI> </OL> |
Opdracht 6:
Eerst met rondjes:
|
De tekst wordt nu vanzelf ingesprongen en voorafgegaan door een rondje. Nummers in plaats van rondjes krijg je met OL in plaats van UL.
| Dit is een plaatje: <IMG SRC="netnow3.gif"> |
| Dit is een plaatje: |
Alles na de bestandsnaam is niet verplicht om op te geven (wel het laatste
haakje natuurlijk). IMG staat voor image, SRC voor source,
de bron van het plaatje, BORDER voor de breedte van het kader (hier
dus geen kader), HEIGHT en WIDTH voor hoogte en breedte van
het plaatje in pixels (schermpunten) en ALIGN voor de uitlijning.
| En dit ook: <IMG SRC="ienow3.gif" ALT="De Microsoft Internet Explorer" ALIGN="middle" WIDTH="88" HEIGHT="31"> |
| En dit ook: |
Het opgeven van het formaat van het plaatje heeft een aantal voordelen: als de browser weet hoeveel ruimte er op het scherm voor het plaatje vrij moet blijven kan vast de rest van de tekst worden geladen. Een ander voordeel is dat je de oorspronkelijke afmeting van het plaatje kunt veranderen (oppassen: hierdoor kan het plaatje vervormd op de pagina verschijnen).
Opdracht 7:
N.B.: Gebruik voor je pagina's alleen maar gif, jpg en png plaatjes en nooit bmp!
Een link naar een andere pagina of site maak je met de code:
| Dit is een link naar mijn <A HREF="http://www.google.nl">favoriete zoekmachine</A> op het Internet. |
Opdracht 8:
| Dit is een link naar mijn favoriete zoekmachine op het Internet. |
In dit tekstfragment kan je met een browser favoriete zoekmachine aanklikken, en dan wordt automatisch de vermelde pagina opgevraagd. Omdat hier alleen een server is vermeld, zal de server zelf zijn opstartpagina laten zien. In de browser zal de hypertext als blauw verschijnen in een verder zwarte tekst.
Behalve naar een andere site kan je ook naar een fragment in een pagina
linken:
| Een <A HREF="#hypergraphics">plaatje als link</A> gebruiken: hypergraphics. |
| Een plaatje als link gebruiken: hypergraphics. |
Deze hyperlink wijst naar het fragment hypergraphics op deze
pagina. Op die plaats staat dan
| <A NAME="hypergraphics"></A> |
En op die plek, het anchor of anker, kom u dan uit.
Opdracht 9:
Handig is ook een link om te mailen. Heb je een standaard mailprogramma op je computer, dan wordt deze automatisch opgestart door
| stuur eens <A HREF="mailto:rvdwdn@xs4all.nl">post</A> naar me! |
| stuur eens post naar me! |
Als je nu op post klikt wordt dat mailprogramma opgestart en automatisch het e-mail adres rvdwdn@xs4all.nl ingevuld.
| Druk op de knop om een e-mailtje te sturen: <A HREF="mailto:rvdwdn@xs4all.nl"><IMG SRC="mailbutt.gif" ALT="[e-mail]" ALIGN="middle" BORDER="0" WIDTH="95" HEIGHT="55"></A> |
Druk op de knop om een e-mailtje te sturen: ![]() |
Je ziet dat dit gewoon een combinatie is van een link en een afbeelding. De knop is het plaatje mailbutt.gif die verwijst naar de pagina mailto:rvdwdn@xs4all.nl. Nieuw is de instructie ALT, die u overigens ook bij gewone afbeeldingen kunt gebruiken. Dit is een alternatief, voor het geval iemand een browser gebruik die geen plaatjes kan weergeven. Dan verschijnt er de tekst [e-mail], zodat iemand tenminste weet waar hij moet klikken. Die blokhaken ( [ en]) in die alternatieve tekst zijn niet verplicht, maar laten zien dat het een knop is.
Dit waren in het kort de belangrijkste basismogelijkheden voor het maken van een webpagina. Er zijn nog veel meer mogelijkheden, zoals het maken van tabellen, van frames, invulformulieren enz. Voor deze verdere mogelijkheden verwijs ik naar de link die helemaal onderaan deze pagina staat.
Opdracht 10:
De hier behandelde basiscodes zijn op een aparte pagina nog eens samengevat.
Copyright René van der Weijden; Update van 05-12-2004