Maak je eigen Homepage!Lees ook: Maak je eigen homepage, Het gebruik van frames en Toveren met Tabellen.
De laatste restjes!
Als je de drie cursussen hebt gevolgd heb je eigenlijk alle kennis die nodig is om de perfecte homepage te maken. Als je denkt dat dit alles is, zit je er echter goed naast. Er zijn nog veel meer tags waarmee je allemaal leuke dingen op je pagina kunt zetten. Wat dacht je bijvoorbeeld van een achtergrondmuziekje of een plaatje met meerdere links, zoals je op de introductiepagina van deze site ziet. Verder kun je nog een heleboel leuke dingen doen door in je homepage JavaScript code of Java-applets op te nemen.
Wetenswaardigheidjes:In deze bijlage houden we het voorlopig even bij HTML.
Hoewel de namen anders doen vermoeden, heeft JavaScript niets met een Java-applet te maken.
JavaScript is een scripttaal (zoals de naam al zegt) en is bedoeld om HTML-pagina's activer te maken. Het is geen programmeertaal, want er wordt niet gecompileerd. De scriptjes worden geïnterpreteerd door de browser.
Een Java-applet is een klein programmaatje dat gemaakt is met behulp van de programmeertaal Java. Dit programmaatje is gecompileerd naar bytecode, die door de (Java) Virtual Machine verder wordt vertaald naar machinecode.Laten we, voor we beginnen iets afspreken. In de voorbeelden die ik geef ga ik er vanuit dat je, om te oefenen, een basis HTML document hebt, zoiets als dit:
<HTML>
<HEAD>
<TITLE>Zomaar een homepage!</TITLE>
<HEAD>
<BODY>
</BODY>
</HTML>Verder ga ik er van uit dat je Kladblok gebruikt om je code in te typen.
Om mezelf een heleboel typewerk te besparen type ik alleen wat tussen de <BODY> tags komt te staan.
Koppen op pagina's
We beginnen, zoals het hoort, bij het begin, namelijk met het zetten van een koptekst boven je pagina. Daarvoor gebruiken we de <H> tag met daarin een optie voor het formaat.
Je kunt een formaat van 1 tot 6 opgeven. 1 is het grootst en 6 is, hoe kan het ook anders, het kleinst.<H3>Dit is nou een koptekst.</H3>
Dit is nou een koptekst.
Je ziet dat de koptekst dus automatisch vet wordt weergegeven. Ook komt na de eind tag automatisch een <BR>. Het bespaart je dus afzonderlijke tags voor de grootte, het vet weergeven en een nieuwe regel. Da's maar goed ook anders zou deze tag volkomen overbodig zijn.
(H1) Dit is een schreeuwende kop.
(H2) Dit is een heel grote kop.
(H3) Dit is een gemiddelde kop.
(H4) Dit is een bescheiden kopje.
(H5) Dit is een heel klein kopje.
(H6) Dit is nauwelijks meer een kop te noemen.
Een kop boven een tabel
Als je een koptekst in een tabel wilt zetten gebruik je de <CAPTION>tag.<TABLE BORDER=3 WIDTH=200>
<CAPTION ALIGN=top>Omzet van deze week</CAPTION>
<TR>
<TD>
$1.000.000.000
</TD>
</TR>
</TABLE>
Omzet van deze week $1.000.000.000 Je ziet dat de <CAPTION> tag niets bijzonders met de tekst doet. Als je je koptekst mooier wilt maken zul je dus de normale tags moeten gebruiken om de tekst op te maken. Als je de kop onder de tabel wilt zetten verander je gewoon de optie ALIGN=top in ALIGN=bottom. Natuurlijk kun je het dan geen kop tekst meer noemen.
Vet of cursief, maar dan anders
Er zijn ook nog een paar tekstopties die ik in de haast vergeten ben te vermelden in de beginnerscursus.We hebben het wel gehad over de <B> en de <I> tags om tekst vet en/of cursief weer te geven. Voor beide is een equivalent.
In plaats van <B> kun je de <STRONG> tag gebruiken. Het effect is hetzelfde.
Dat geldt ook voor de <I> tag, die je kunt vervangen door <EM> (Emphasized).
Voor beide tags geldt natuurlijk dat er een eindtag moet staan. Waarom er twee verschillende tags voor hetzelfde effect zijn? Ik weet het niet. Misschien dat er in vroeger tijd wel een verschillend effect was. Misschien dat de ene browser de ene en de andere browser de andere variant ondersteunde. Bij andere tags komt dat ook voor, zoals we later zullen zien.
Doorstrepen
Als je een typefout maakt kun je natuurlijk de backspace-toets gebruiken en dan overnieuw typen maar je kunt ook aan de wereld laten zien dat je slecht typt en je fouten gewoon doorstrepen. Daarvoor gebruiken we de <S>-tag (STRIKE).Mijn spelling laat te <S>wesnen</S> wensen over.
Mijn spelling laat te
wesnenwensen over.
Knipperen en schuiven
Ik heb het al eens gehad over het verschil tussen Internet Explorer en Netscape. Hier volgen twee tags, waarbij de eerste alleen werkt voor mensen die Netscape gebruiken en de tweede werkt alleen met Internet Explorer.Je kunt je lezers (met Netscape) op hun zenuwen werken door de <BLINK> tag te gebruiken. Daarmee kun je tekst laten knipperen. Persoonlijk zie ik er het nut niet zo van in maar het bestaat en daarom vertel ik het. Deze funktie werkt overigens alleen in Netscape. Mensen die met Internet Explorer werken zien gewoon een normale tekst
<BLINK>Deze tekst knippert</BLINK>
Voor de Internet Explorer gebruikers Is er de mogelijkheid om een tekst als een soort lichtkrant over het scherm te laten schuiven.
<MARQUEE>Deze tekst schuift als een soort lichtkrant door het beeld!</MARQUEE >
Wil je er zeker van zijn dat je tekst in beide browsers de aandacht krijgt, dan zet je er gewoon beide tags omheen. Knippert ie niet, dan schuift ie!
Subschrift en superschrift
De volgende tags kun je gebruiken om tekst in superscript of in subscript te zetten. Als je niet weet wat dat is, kijk dan maar even naar de voorbeelden.2C<SUB>8</SUB>H<SUB>18</SUB> + 25O<SUB>2</SUB> --> 16CO<SUB>2</SUB> + 18H<SUB>2</SUB>O
2C8H18 + 25H2O --> 16CO2 + 18H2O
Dit is zo'n beetje de duurste chemische reaktie uit het dagelijks leven, nl. de verbranding van benzine.
Het voorbeeld voor superscript hou ik iets korter.
E=mc<SUP>2</SUP>
E=mc2 De beroemde formule van Albert Einstein.
Relatieve fontgrootte en basisfont
We hebben het gehad over de fontgrootte, die je in kunt stellen door de <FONT SIZE = x> optie te gebruiken.
Een andere mogelijkheid is het gebruiken van <FONT SIZE = + x>. Hiermee maak je het font x stappen groter dan de basisfontgrootte.
Je kunt ook <FONT SIZE = - y> gebruiken. Dit maakt het lettrertype y stappen kleiner.Als je voor je hele document een bepaald soort lettertype, letterkleur of lettergrootte wilt gebruiken, dan kun je gebruik maken van de tag <BASEFONT>. Om bijvoorbeeld de basisfontgrootte je hele document op 5 in te stellen, zet je direct na de <BODY>-tag de tag <BASEFONT=5>.
Wil je in je hele document een geel lettertype gebruiken, dan zet je direct na de body-tag de tag <BASEFONT="yellow">.
Plaatjes om op te klikken
Een funktie waar je heel leuke dingen mee kunt doen is de Imagemap. Een imagemap is een plaatje waarop de verschillende vlakken heb gedefinieerd die allemaal een link naar een ander document zijn. Je vindt er onder andere een op de introductiepagina van deze cursus.
We gaan de imagemap op de introductiepagina eens stap voor stap doornemen.Om te beginnen definieren we een map:
<MAP>
</MAP>Vervolgens geven we de map een naam:
<MAP NAME="keuze">
</MAP>Nu gaan we de vlakken definieren die we kunnen aanklikken. Je kunt een rechthoek, een circel of een polygoon (=veelhoek) definieren. Voor de locatie van de vlakken gebruiken we coördinaten met als eenheid de welbekende pixel. Voor de plaatsen van diverse coördinaten kijken we even naar de afbeelding hieronder.
Een korte uitleg is misschien wel op z'n plaats. Het plaatje is 500 pixels breed en 200 pixels hoog. Anders dan gebruikelijk staat de oorsprong (0,0) linksboven. De rechteronderhoek heeft dus als coördinaten (500,200).Als we het plaatje in vier gelijke vlakken verdelen worden dit de coördinaten:
Je kunt hier dus makkelijk uithalen welke coördinaten je de vier vlakken moet geven. Je hoeft alleen de coördinaten van de linkerbovenhoek en van de rechteronderhoek te geven. Die twee punten zijn genoeg om een rechthoek te tekenen.
Voor het definieren van polygonen geef je de coördinaten van alle punten op en voor circels geef je de coördinaten van het middelpunt en de straal in pixels op. We houden het hier even bij rechthoeken, omdat je die het meest zult gebruiken.We zullen bovenstaand verhaal eens omzetten in HTML code. We doen het stap voor stap....
Eerst definieren we een vlak.<MAP NAME="keuze">
<AREA>
</MAP>Geef als optie op welke vorm je het vlak wilt geven...
<MAP NAME="keuze">
<AREA SHAPE="RECT">
</MAP>RECT staat natuurlijk voor RECTANGLE. Voor een cirkel gebruik je de optie CIRCLE en voor de polygoon gebruik je POLY.
De volgende optie bevat de coördinaten van de zojuist gedefinieerde rechthoek.
<MAP NAME="keuze">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="0,0,250,100">
</MAP>Je hebt nu dus twee punten opgegeven, te weten 0,0 en 250,100. Je kunt je coördinaten gewoon achter elkaar typen. De browser weet zelf dan wel dat het achereenvolgens om de x- en de y- coördinaten van de linkerbovenhoek en de x- en de y-coördinaten van de rechteronderhoek gaat.
De laatste optie die we moeten specificeren is het document waar het vlak naar toe moet verwijzen, de link dus.
<MAP NAME="keuze">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="0,0,250,100" HREF="index1.htm">
</MAP>Nu kun je op dezelfde manier de overige drie vlakken definieren...
<MAP NAME="keuze">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="0,0,250,100" HREF="index1.htm">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="250,0,500,100" HREF="frames.htm">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="0,100,250,200" HREF="tables.htm">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="250,100,500,250" HREF="tags.htm">
</MAP>Je hebt nu alle vlakken gedefinieerd maar we zien nog geen plaatje. Dat gaan we nu specificeren...
<MAP NAME="keuze">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="0,0,250,100" HREF="index1.htm">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="250,0,500,100" HREF="frames.htm">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="0,100,250,200" HREF="tables.htm">
<AREA SHAPE="RECT" COORDS="250,100,500,250" HREF="tags.htm">
</MAP><IMG SRC="keuze.gif" WIDTH=500 HIGHT=200>
We hebben nu een image en we hebben een map maar dat betekent nog niet dat je een imagemap hebt. We zijn dus duidelijk nog niet klaar met ons verhaal.We moeten nog even opgeven dat het plaatje de map moet gebruiken die we net gemaakt hebben.
<IMG SRC="keuze.gif" WIDTH=500 HIGHT=200 USEMAP="#keuze">
Als je wilt kun je voor de volledigheid nog even het blauwe kader weghalen en je imagemap centeren...
<CENTER><IMG SRC="keuze.gif" WIDTH=500 HIGHT=200 USEMAP="#keuze" BORDER=0></CENTER>
Dat was het, je hebt nu een imagemap gemaakt.
Als je je lezers vooraf duidelijk wilt maken dat het plaatje dat er aankomt een imagemap is kun je in de <IMG> tag de optie ALT="xxxxxxx" gebruiken.
<IMG SRC="keuze.gif" WIDTH=500 HIGHT=200 USEMAP="#keuze" BORDER=0 ALT="Imagemap">
Je kunt deze optie trouwens altijd gebruiken om commentaar bij je plaatjes te zetten. Als de lezer dan met zijn muis over het plaatje gaat, kan hij dat commentaar lezen. Hij ziet het maar een paar seconden, dus citeer niet het hele boek als je alleen de omslag afbeeldt.
Als je met de muis over een imagemap met commentaar gaat zie je het commentaar niet als je met de muis op een link staat. In het voorbeeld dat we net gemaakt hebben, hebben we het hele plaatje klikbaar gemaakt. Je zult dus alleen commmentaar kunnen lezen als het plaatje nog niet geladen is. Als je dat bij de imagemap in de inleiding van de beginnerscursus probeert zie je dat tussen de links het commentaar verschijnt.
Plaatjes: typen en kleuren
Op het Internet is het van belang dat je het goede afbeeldingstype kiest voor elk plaatje dat je laat zien op een pagina. Hieronder zijn de twee meest voorkomende typen besproken met hun voor en nadelen en waar je ze het best voor kan gebruiken:
Type Kenmerken
.GIF het Graphics Interchange Format is een compressie-standaard voor afbeeldingen die onder andere gebaseerd is op grote vlakken met dezelfde kleur en maximaal 256 kleuren. Dit type is dus zeer geschikt voor afbeeldingen met grote vlakken en weinig kleuren, zoals logo's. .JPEG de Joint Photographic Experts Group heeft een compressie-standaard ontwikkeld voor foto's. Dit type is dus uitstekend te gebruiken voor afbeeldingen zonder regelmatige vlakken en met veel kleuren (standaard 16,7 miljoen). In tegenstelling tot het GIF-type is dit een compressiemethode waarbij informatie verloren gaat. Bij foto's is dit nauwelijks te zien, bij afbeeldingen met vlakken is dit echter vooral bij de randen juist zeer goed te zien, zeker bij een hoge compressie (die compressie-verhouding is in te stellen). Tip:Een kleur is opgebouwd uit een hoeveelheid rood, geel (of groen) en blauw. Een kleur kan daarom beschreven worden met een rgb-waarde. Deze r-, g- en b-waarde kunnen waarden hebben van 0 tot en met 255 (dus 256 mogelijkheden). Hiermee kan je dus 16,7 miljoen (256 x 256 x 256 = 16.777.216) kleuren maken.
Gebruik bij het ontwerpen van grafische afbeeldingen alleen kleuren die als r-, g- en b-waarde één van de volgende waarden hebben: hexadecimaal: 00, 33, 66, 99, CC of FF; dat is decimaal: 0, 51, 102, 153, 204 of 255. Deze kleuren worden namelijk 'solide' weergegeven op een 256-kleuren scherm. De technische uitleg hiervoor staat hieronder.
Als je een 256-kleuren scherm hebt, dan neemt de computer de dichtsbijzijnde kleur en zet er een paar puntjes van een andere kleur doorheen zodat de kleur op het scherm lijkt op de oorspronkelijke kleur. Dit proces, dat we dithering noemen, ziet er echter niet zo mooi uit.
Als Windows ingesteld staat op 256 kleuren, dan neemt Windows daar een paar kleuren van in beslag om de windows-schermpjes in te kleuren waardoor er nog maar 216 kleuren vrij zijn. Dit zijn dus de kleuren die solide (dat wil zeggen, zonder dithering) weergegeven worden. Dit zijn de kleuren die met behulp van bovengenoemde r-, g- en b-waarden zijn opgebouwd.
Voor elke r-, g- en b-waarde heb je dus zes verschillende mogelijkheden. Op deze manier kan je dus 6 x 6 x 6 = 216 verschillende kleuren maken!
De 'Taglist'
Als laatste wil ik je wijzen op de 'taglist'. Dit is een overzicht van alle tags die je in deze cursus tegengekomen bent met een link naar de pagina waarin er iets over deze tags verteld werd. Verwijzingen naar tags in deze laatste cursus staan er niet bij.